Kwaliteiten en talenten van kinderen leren zien en ontwikkelen

Via via stuitte ik op een intitiatief van een groep mensen die zich bekommert om het welzijn van kinderen in relatie tot onderwijs. Eén van mijn favoriete onderwerpen, vandaar dat ik het op dit weblog graag wil noemen.

Het initiatief staat los van Zon, dus over kwaliteit of inhoud van het initiatief kan ik geen uitspraken doen. Oordeel zelf ;-) !

Dag over kwaliteitsdenken
Kinderen en jongeren die zich vanuit hun eigen kwaliteiten en talenten mogen ontwikkelen zijn sterker, meer weerbaar en beter opgewassen tegen de eisen die de maatschappij aan hen stelt.

Daarom organiseert de Stichting WelZijn Kinderen op 9 mei 2009 in de Meern (nabij Utrecht) een dag over kwaliteitsdenken: denken vanuit mogelijkheden, zien van kernkwaliteiten, handelen vanuit respect voor ieders eigenheid.

Rob Muijsert en Margrete Stoute bieden u de mogelijkheid om meer te weten te komen over kwaliteitsdenken en geven handvatten om hier in uw eigen situatie iets mee te doen.

Petra Pauw en Marianne van der Enden laten u nader kennis maken met beelddenken en hooggevoeligheid, twee specifieke kwaliteiten die in onze maatschappij vaak onvoldoende begrepen worden.
Mede dankzij hun belangeloze inzet, zijn de kosten voor deze dag slechts  € 15,00.
Meer informatie kunt u vinden op
www.welzijnkinderen.nl

Aanmelden kan via info@welzijnkinderen.nl

De meerwaarde van brede leeftijdsgroepen

Vandaag werd ik geattendeerd op het weblog van Psychology Today. Daarop staan een groot aantal blogposts van Peter Gray, “professor of psychology at Boston College”.  Hij heeft onder andere een serie geschreven over de voordelen van het doorbreken van het leeftijdjaarklassensysteem. Uit onderzoek heeft hij bijvoorbeeld geconstateerd dat:

** het leeftijdmixen jongere kinderen de mogelijkheid geeft om mee te doen aan en te leren van activiteiten die ze niet alleen of met leeftijdgenoten zouden kunnen doen.

** ouderen kinderen excellente helpers & adviseurs zijn van jongeren kinderen. Vooral omdat ze niet te veel helpen of adviseren, zoals wij als volwassenen nogal eens geneigd zijn te doen ;-) .

** kinderen elkaar inspireren tot activiteiten die ze anders nog niet zouden doen, of niet meer maar waar ze zich wel door ontwikkelen.

Uiteraard kan ik 3 volledige artikelen niet even snel samenvatten tot een korte blogpost. Daarom verwijs ik je graag door naar de artikelen zelf. Lees hier het eerste artikel: Why we should stop segregating children by Age: PartI — The Value of Play in te Zone of Proximal Development.

Mag het een beetje Amerikaanser?

In Nederland zijn wij over het algemeen nogal geneigd een voorzichtige houding aan te nemen en behoudend te reageren. Van baan veranderen zien we vaak als een risico (wat als het straks minder leuk blijkt te zijn?). Een stuk stof overslaan uit de methode brengt gevoelsmatig het ‘gevaar’ met zich mee dat een leerling het daardoor later misschien niet redt. En als we twijfelen tussen een havo- of een vwo-advies neigen wel er vaak naar om te kiezen voor havo. Zodat de lat voor de leerling niet te hoog komt te liggen en het ‘risico’ beperkt blijft.
Die voorzichtige houding lijkt in veel gevallen legitiem. Maar in even zovele gevallen werkt hij demotiverend voor degene met wie wij in gesprek zijn.
Zo’n behoudende attitude zorgt er ook voor dat je minder stimulerend en optimistisch reageert naar anderen toe. De behoefte om hen voor risico’s en misstappen te behoeden, zorgt er tegelijkertijd voor dat je de ander niet aanmoedigt, maar ontmoedigt. Ik geef je een voorbeeld uit mijn eigen recente ervaring tijdens een werkbezoek aan de Verenigde Staten.
Als mensen mij vragen wat ik doe voor de kost, is mijn standaardantwoord: “Ik help leerkrachten en docenten die worstelen met motivatieproblemen van leerlingen of henzelf. Ik help hen motivatie terug te brengen in de klas of hun werkdruk te verlagen”.
In Nederland reageren veel mensen vervolgens in de trant van:
“Dat jij dat durft. Is het niet makkelijker om gewoon ergens een baan te nemen?”
“Daar valt zeker niet van te leven, want in het onderwijs is nergens geld voor.”
“Jeetje, lastig zeg. De meeste scholen zullen liever gebruikmaken van een groot onderwijsadviesbureau.” (Gelukkig zijn dit altijd reacties van mensen buiten het onderwijs – anders werd het inderdaad lastig voor me!)
Dit soort opmerkingen zijn zelden bewust negatief bedoeld. Toch maken ze het lastig om op een gemotiveerde manier verder te praten of denken over mijn werk.
Hoe anders was dat twee weken geleden in Amerika.

3 veelgemaakte Motivatie-fouten in Onderwijs

Het artikel “Effectief leergesprekken voeren”   sloot ik af met de opmerking: “Van je fouten kun je leren”. Maar leren van de fouten van iemand anders kan net zo leerzaam zijn! En vaak efficiënter omdat je daardoor sneller bereikt wat je zou willen bereiken! Daarom in dit artikel een beschrijving van 3 veelgemaakte fouten bij motiveren.  Want als je weet wat anderen fout doen, kun jij het anders aanpakken!
Motivatie-fout 1: Het schoolklimaat niet betrekken bij het zoeken naar oplossingen voor demotivatie.

Vaak wordt de oorzaak van demotivatie gezocht in de lesstof. Als een leerling niet gemotiveerd is, dan ligt het dan voor de hand om te onderzoeken of de lesstof aangepast moet worden. Meer, minder, moeilijker, makkelijker of leukere lesstof kan er inderdaad voor zorgen dat een leerling een groter gevoel van competentie ervaart. Waarmee voldaan is aan een van de psychologische basisbehoeften die ten grondslag liggen aan motivatie.
 
In een deel van de gevallen van demotivatie helpt het echter nauwelijks om de lesstof aan te passen.

Debat over onderwijs

Donderdag 30 oktober 20:00u in De Balie, Amsterdam

Het zou jammer zijn als de politieke zelfkritiek van de commissie-Dijsselbloem ertoe zou leiden dat er over de structuur en de maatschappelijke functie van het onderwijs niet meer mag worden nagedacht. Het blijft een cruciale vraag hoe onderwijs en scholing kunnen bijdragen aan het scheppen van kansen en herkansingen voor iedereen. Alle aanleiding dus om een nieuwe visie te ontwikkelen op scholing en onderwijs die past bij het streven naar een ‘sociale’ of ‘zachtmoedige’ meritocratie.

In de nieuwe brochure van de progressieve denktank Waterland, Naar een zachtmoedige meritocratie. Een onderwijsagenda voor de 21ste eeuw ontwikkelt Ewald Engelen een integrale visie op het onderwijs, die vol inzet op vroegschoolse educatie, stopt met selectie op 12-jarige leeftijd, van basisscholen goed geoutilleerde ontplooiingscentra maakt, en het hoger onderwijs verregaande vrijheden biedt. Onder leiding van Pieter Hilhorst gaan Alexander Rinnooy Kan (voorzitter SER), Jeroen Dijsselbloem (Lid Tweede Kamer PvdA), Jos van Kemenade (voorzitter ROB, ex-minister van onderwijs voor de PvdA), Sjoerd Karsten (hoogleraar onderwijskunde UvA) en Leo Prick (oud-leraar en columnist NRC Handelsblad) het debat aan met auteur Ewald Engelen (financieel geograaf UvA, ex-WRR).

Toegang: 4 euro (donateurs gratis). Reservereren: 020-5535100 of www.debalie.nl

Jongens als probleem: jongens doen het minder goed in onderwijs

In de media is veel aandacht besteed aan het feit dat jongens hun voorsprong in het onderwijs beginnen kwijt te raken. Sterker nog, jongens blijken op een aantal vlakken zelfs een achterstand op meisjes te hebben. Onderzoek heeft aangetoond dat twee keer zoveel jongens als meisjes terechtkomen bij de expertisecentra voor basis- en voortgezet onderwijs en in het speciaal onderwijs. Ook blijken jongens vaker te doubleren dan meisjes en verlaten zij veel eerder en veel vaker dan meisjes het praktijk onderwijs en het VMBO zonder diploma.*

De negatieve gevolgen voor de maatschappij zijn legio. Deze jongens veroorzaken problemen op school (en verhogen jouw stress), ze vertonen een minder aangenaam gedrag dat vaak uitmondt in gedragsproblemen en ze vinden veel moeilijker een plek op de arbeidsmarkt. Hun capaciteiten komen niet tot ontplooiing en hun talent gaat verloren.

De oorzaak van dit probleem wordt vaak geweten aan het feit dat er ‘teveel’ vrouwelijke leerkrachten en docenten zouden zijn. Het is een populair standpunt om er van uit te gaan dat de “feminisering van het onderwijs” de kwaliteit nadelig beïnvloedt.

Uit Amerikaans onderzoek** blijkt dat dit beslist niet de oorzaak is. Jongens blijken inderdaad meer motivatie problemen te hebben, maar dit bleek niet of nauwelijks afhankelijk te zijn van het feit of ze een vrouwelijke of mannelijke leerkracht hadden.

Het ‘jongensprobleem’ blijkt vooral veroorzaakt te worden door demotivatie die het gevolg is van een negatieve binding met de leerkracht en/of gebrek aan waardering. En daar kun je als individuele leerkracht, man of vrouw, uitstekend iets aan doen!


Continue reading ‘Jongens als probleem: jongens doen het minder goed in onderwijs’

Verandering Gebeurt

Via het weblog van Willem Karssenberg kwam ik op de Nederlandse versie van Shift Happens. Het blijft een mooi filmpje dat aan het denken zet over hoe we onderwijs moeten geven. Het filmpje roept de vragen op, nu nog de juiste antwoorden bedenken.

Vakantietussendoortje: veeleisende ouders

De Sigmund van vandaag, ter ontspanning en vermaak op deze afwisselend warme en natte dagen…

De ouders van tegenwoordig

Een vriendin van mij zat op de theateravond van de school naast een docente, die haar vertelde dat het er aan alle kanten niet makkelijker op wordt met het docentenvak. ‘En die ouders van tegenwoordig…’ Van de week kreeg ze zelfs een mailtje van een moeder die allemaal aanwijzingen had hoe ze met haar zoon om moest gaan: dan zouden ze nog veel plezier kunnen hebben de rest van het jaar. Nou ja… Die ouder was ik dus.

Een lijst met namen van docenten en mailadressen krijg je niet van de school, maar ik had snel door dat er systeem in zit. Eerste letter van de voornaam, drie letters van de achternaam @denaamvandeschool.nl. Bingo!

Op de lagere school had ik een prettig contact met alle docenten. Die zagen ons, ouders, als waardevolle informatiebron betreffende de gebruiksaanwijzing van de kinderen. Op de middelbare school sta je als ouder veelal buitenspel. Wel komt je puber de hele tijd thuis met strafwerk: bladzijden overschrijven (hoe dom!), vroeg komen, nablijven… Maar niemand gaat met die jong-volwassene, die in een negatieve spiraal van demotivatie terecht is gekomen, werkelijk in gesprek. Ja… de mentor, maar dat is één docent van de vijftien. Die gaat zijn collega’s niet aanspreken op gedrag waar ik, als ouder, iets op aan te merken heb. Dus een aantal docenten heeft van mij al enkele mailtjes ontvangen.

Blijkbaar ben ik een erg assertieve ouder, want dat zijn de dienders niet gewend. Ze schrikken zich een hoedje en voelen zich onmiddellijk aangevallen. Dat laatste is een vrij algemene docentenziekte, die je moet begrijpen vanuit de permanente kwetsbaarheid van hun positie: daar voor die klas met jonge honden. Aan de andere kant heb ik zo mijn opvattingen over onderwijs en opvoeding, waar ik wel eens met mijn mede-opvoeders over van gedachten wil wisselen. Per slot van rekening zijn wij, ouders, de klant van het onderwijs. Klant? Die attitude zijn ze op school niet gewend. Daar wennen ze dan maar aan!

Ik ga per mail in discussie over het nut van straf. In mijn opvatting is dat zinloos onderwijs, wat de negatieve spiraal van demotivatie alleen maar verergert. Ik mail ze als de hele klas een onvoldoende heeft, want dan ligt het dus niet aan die jongeren, maar aan de voorafgaande lessen. Ik mail ze als mijn zoon geen klap meer uitvoert, met het vriendelijke verzoek eens wat positieve aandacht aan hem te besteden. Ik leg ze uit dat juist begaafde kinderen hun belangstelling kunnen verliezen en verzoek ze hun aanpak een beetje aan te passen. Het kost een aantal mailtjes voor ze het snappen en sommigen snappen het nooit. Dat is wachten op het pensioen, voor hun en voor mij.

Gepubliceerd in Talent mei/juni 2008.

Huiswerkstress

Wie kinderen heeft op de middelbare school zal waarschijnlijk opgelucht ademhalen: het huiswerk maken is even voorbij. In menig gezin bedreigt dit gedoe namelijk dagelijks de goede sfeer. Ouders informeren voortdurend: ‘Heb je je huiswerk af.’ Daarop is het antwoord meestal een geïrriteerd: ‘Jahaa’. Niet dus. Nu hoeven we ze dus even een periode niet op de huid te zitten. De proefwerkweek is voorbij, we kunnen even ademhalen en dan begint het huiswerkgedoe weer.

Ik zou blij zijn als ik daarvan verlost ben. Een puber opvoeden is al lastig genoeg. Als werkende ouder is het niet bevorderlijk voor je gemoedsrust als je weet dat je puber thuis middagen lang aan het rondhangen en niksnutten is. De regering wil toch dat wij allemaal meer werken? Hou die pubers dan op school en laat ze daar hun werk doen!

Ik weet het zelf nog goed van mijn middelbare schoolperiode: die middagen dat ik geacht werd huiswerk te maken. Door mijn moeder werd ik dan wel naar boven gestuurd, maar ja, wat ik daar deed… Dat soort invuloefeningen maken is doorgaans niet motiverend, de beloning is abstract: een cijfer. Zonder begeleiding of stok achter de deur leidt het tot eindeloos uitstelgedrag, waarna alles op het laatste moment moet gebeuren. Vaak stond ik heidens vroeg op om in korte tijd de stof in mijn hoofd te proppen. Ik zorgde er in ieder geval voor dat ik niet bleef zitten, want die huiswerklijdensweg moest niet nog een jaar langer duren. Nu sta ik als ouder aan de andere kant.

Op een enkele braverik na, die uit zichzelf achter zijn/haar bureau kruipt, leidt uitstelgedrag tot veel opvoedgedoe bij ouders. De huiswerkbegeleidingsinstituten groeien dan ook uitbundig: ouders die het zich kunnen veroorloven besteden het uit. Je kan de ‘verantwoordelijkheid’ geheel in de handen van de jongere leggen, maar de kans op een jaar overdoen wordt dan groot. Ik vind zittenblijven zinloos, dus ik geloof dat een beetje er bovenop zitten goed is. Je moet je kind op het goede spoor houden.

Vernieuwende scholen bieden het huiswerk in het onderwijspakket aan: leerlingen zijn meer uren op school, tot vier of vijf uur, maar dan zijn ze ook klaar. Niet dat gedoe van pubers die om twee, drie uur thuiskomen, de tv aanzetten, ‘even’ iets ‘moeten’ doen op de computer en ’s avonds om negen uur roepen: ‘Ik heb morgen een wiskundeproefwerk en ik heb nog niks gedaan!’

De meeste ouders zien de periode op de middelbare school met lede ogen aan. In menig gezin ontstaat negativiteit. Ook op school kan niet aangepast gedrag van een in principe hartstikke leuke puber tot negativiteit met leraren leiden. Totdat we een probleemjongere erbij gekweekt hebben.

Ouders moeten meer voor hun kinderen opkomen. Ze zouden meer contact kunnen onderhouden met school over hoe hun kind een en ander ervaart. Niet alleen via de mentor, maar ook via een ouderraad of een medezeggenschapsraad. Scholen van hun kant zouden ouders als waardevolle gesprekspartner kunnen gebruiken en hen daartoe uitnodigen. De signalen die ze van de ouders krijgen, kunnen ze omzetten in het beter afstemmen van het onderwijs op de jongeren.

Wordt vervolgd, eerst bijkomen.

Verschenen in De Gelderlander, juni 2008.