Wie kinderen heeft op de middelbare school zal waarschijnlijk opgelucht ademhalen: het huiswerk maken is even voorbij. In menig gezin bedreigt dit gedoe namelijk dagelijks de goede sfeer. Ouders informeren voortdurend: ‘Heb je je huiswerk af.’ Daarop is het antwoord meestal een geïrriteerd: ‘Jahaa’. Niet dus. Nu hoeven we ze dus even een periode niet op de huid te zitten. De proefwerkweek is voorbij, we kunnen even ademhalen en dan begint het huiswerkgedoe weer.
Ik zou blij zijn als ik daarvan verlost ben. Een puber opvoeden is al lastig genoeg. Als werkende ouder is het niet bevorderlijk voor je gemoedsrust als je weet dat je puber thuis middagen lang aan het rondhangen en niksnutten is. De regering wil toch dat wij allemaal meer werken? Hou die pubers dan op school en laat ze daar hun werk doen!
Ik weet het zelf nog goed van mijn middelbare schoolperiode: die middagen dat ik geacht werd huiswerk te maken. Door mijn moeder werd ik dan wel naar boven gestuurd, maar ja, wat ik daar deed… Dat soort invuloefeningen maken is doorgaans niet motiverend, de beloning is abstract: een cijfer. Zonder begeleiding of stok achter de deur leidt het tot eindeloos uitstelgedrag, waarna alles op het laatste moment moet gebeuren. Vaak stond ik heidens vroeg op om in korte tijd de stof in mijn hoofd te proppen. Ik zorgde er in ieder geval voor dat ik niet bleef zitten, want die huiswerklijdensweg moest niet nog een jaar langer duren. Nu sta ik als ouder aan de andere kant.
Op een enkele braverik na, die uit zichzelf achter zijn/haar bureau kruipt, leidt uitstelgedrag tot veel opvoedgedoe bij ouders. De huiswerkbegeleidingsinstituten groeien dan ook uitbundig: ouders die het zich kunnen veroorloven besteden het uit. Je kan de ‘verantwoordelijkheid’ geheel in de handen van de jongere leggen, maar de kans op een jaar overdoen wordt dan groot. Ik vind zittenblijven zinloos, dus ik geloof dat een beetje er bovenop zitten goed is. Je moet je kind op het goede spoor houden.
Vernieuwende scholen bieden het huiswerk in het onderwijspakket aan: leerlingen zijn meer uren op school, tot vier of vijf uur, maar dan zijn ze ook klaar. Niet dat gedoe van pubers die om twee, drie uur thuiskomen, de tv aanzetten, ‘even’ iets ‘moeten’ doen op de computer en ’s avonds om negen uur roepen: ‘Ik heb morgen een wiskundeproefwerk en ik heb nog niks gedaan!’
De meeste ouders zien de periode op de middelbare school met lede ogen aan. In menig gezin ontstaat negativiteit. Ook op school kan niet aangepast gedrag van een in principe hartstikke leuke puber tot negativiteit met leraren leiden. Totdat we een probleemjongere erbij gekweekt hebben.
Ouders moeten meer voor hun kinderen opkomen. Ze zouden meer contact kunnen onderhouden met school over hoe hun kind een en ander ervaart. Niet alleen via de mentor, maar ook via een ouderraad of een medezeggenschapsraad. Scholen van hun kant zouden ouders als waardevolle gesprekspartner kunnen gebruiken en hen daartoe uitnodigen. De signalen die ze van de ouders krijgen, kunnen ze omzetten in het beter afstemmen van het onderwijs op de jongeren.
Wordt vervolgd, eerst bijkomen.
Verschenen in De Gelderlander, juni 2008.
Laatste reacties